Transitie van de plattelandseconomie

Er staat wat te gebeuren op het platteland. Na jarenlange discussies over reconstructie,  zonering en schaalvergroting start in 2013 een definitieve terugloop van het aantal agrarische bedrijven.  De Europese normen  voor dierenwelzijn en veiligheid zijn van dien aard dat 1 op de 3 agrariers zich genoodzaakt zullen voelen de bedrijfsvoering te beeindigen. Niet alleen voor de ondernemers is dit een dramatische ontwikkeling; ook de lokale gemeenschap zal het effect hiervan ervaren. Stel je eens voor 1 op de 3 stallen in het buitengebied komt over een jaar vrij…

Het is twee voor twaalf maar tot op heden zie ik alleen nog maar omscholingscursussen voor boeren. Zijn er al studies gedaan naar de impact van deze krimp voor de plaatselijke middenstand en de regionale toeleverende bedrijven? In een case-studie van Praedium is berekend dat alleen al voor de gemeente Bernheze te verwachten valt dat er per jaar 12 miljoen euro minder besteed zal worden in de lokale economie.

Problemen bieden ook kansen
Het is de hoogste tijd om na te denken over de gewenste ontwikkelingen in het buitengebied bij de grootschalige ‘ontboering’ de nu voor de deur staat. Welke soort bedrijvigheid moeten we stimuleren en welke niet om te voorkomen dat er ongewenste ontwikkelingen plaats vinden? Eén ding is in ieder geval duidelijk: Brabant biedt geen plaats meer voor de zoveelste boerencamping of boerengolf. Het traditionele vakantieproduct voor gezinsvakanties is definitief op zijn retour en kent een daling in overnachtingen en bestedingen. En dat nog wel in een regio dat bekend staat als attractieland maar waarbij de recreatieve bestedingen per dag het laagste zijn van heel Nederland.
We hebben in het Brabantse buitengebied impulsen nodig om nieuwe economische dragers te ontwikkelen. Niet meer krampachtig denken in functies en bestemmingsplannen maar regelvrije zones waar creatievelingen aan de slag kunnen om het DNA van het gebied te vertalen naar producten en crossovers voor bedrijfsleven, recreant, toerist en bovenal de lokale economie. Waarom zouden we het concept van stedelijke creatieve broedplaatsen niet toepassen in het buitengebied? Het project Mooi Werk van Vrijetijdshuis Brabant, SRE, ZLTO en Leisure Boulevard was bijvoorbeeld al een aardige voorloper in het agro-toeristische werkveld. Hier werden stedelijke designers gekoppeld aan agro-toeristische ondernemers om de uitstraling van het product beter af te kunnen stemmen op de wens van de stedelijke consument.

Gucci-schuren voor de Chinese toerist?
Om in de komende jaren de transitie van de plattelandseconomie daadwerkelijk gestalte te kunnen geven moeten we echter nog extremere stappen durven zetten.  Niet de directe omgeving maar de wereld is het afzetkanaal voor de nieuwe concepten die ontwikkelt moeten worden. Afstanden worden kleiner, concurrentie wordt groter en Bric-landen worden dominanter. Laten we varkensstallen ombouwen tot Gucci-schuren voor de Chinese toerist die Van Gogh komt bekijken en het akkerbouwbedrijf tot een 3D Tuin der Lusten of een aardappeleters-experience.
Het Brabantse buitengebied zal in de komende decennia nieuwe mogelijkheden moeten ontwikkelen waarbij het zich niet alleen transformeert tot stadteland voor haar eigen omgeving maar ook een positie verwerft met vernieuwende concepten voor een niche in de wereldmarkt.  Eén Chinese consument met een bestedingspatroon van 1000 euro per dag kan voor Bernheze immers net zoveel opleveren als 100 fietsers die 10 euro besteden.


© 2019: Modernvakantiehuis.nl | Travel Theme by: D5 Creation | Powered by: WordPress